Soep eet je met een spork

Wie wel eens bij Ikea komt kent ze ongetwijfeld: de ‘wonen op 30m2’ voorbeeldkamertjes waarin de winkel ons wil laten zien dat je op een klein oppervlak zo’n beetje alle benodigdheden voor het moderne bestaan kwijt kan. Want als ze ergens het mantra ‘één functie is geen functie’ omarmen is het daar wel: je keukenkastje doet dienst als memobord, je bank is ook een bed en je bijzettafel is een extra opbergplek. 

Dubbelgebruik is ook het antwoord op veel thema’s van de toekomst, zoals de energietransitie, klimaatbestendigheid en wonen. Dat vraagt om aanpassingen van onze wijken en landschappen. En dat is niet alleen een technische kwestie. Ikea heeft dat goed begrepen. Net als de spork.  

Dubbelgebruik is overal. Inchecken in het OV met je bankpas? Kan (bijna). Recreëren bij de boer terwijl hij ondertussen energie opwekt èn duurzame voeding produceert? Sporten in de brede school, aan je fiets sleutelen in de koffiezaak, converseren met een Utrechts bollendak? Allemaal geen probleem.  Maar het simpelste en leukste voorbeeld van multifunctionaliteit is natuurlijk de spork: een vork, lepel en mes ineen, bekend van kampeervakanties en to-go-maaltijden. Briljant in al z’n eenvoud – en een gezellig woord bovendien: ‘wil je mijn spork even aangeven?’

Vanwaar die behoefte aan dubbele functies? ‘We worden steeds slimmer en inventiever’ zal de vooruitgangsdenker zeggen. Het oude lopende-band-model, waarbij we steeds één probleem tegelijk aanpakten, past al lang niet meer bij deze tijd. De moderne mens is een soort veredelde spork: consultant en voetbaltrainer, beleidsmedewerker en mantelzorger of aannemer en thuiskok. De slash-baan, het hebben van twee of meer banen tegelijk, wordt steeds populairder. En appen in het verkeer is zelfs zo populair dat het inmiddels verboden is. 

Maar we kunnen de verklaring ook in andere factoren zoeken: ruimte (en geld) zijn nu eenmaal beperkt. Vooral als het gaat om ingewikkelder en urgenter vormen van dubbelgebruik lijkt die schaarste ons noodgedwongen tot grote innovatieve hoogten te brengen. Denk bijvoorbeeld aan zonnepanelen boven parkeerterreinen, hippe rooftopgardens op het dak van een parkeergarage (lees ook de luistertip!) en energielandschappen langs de snelweg. 

De werkelijkheid is dat dubbelgebruik steeds meer pure noodzaak is. We willen graag allemaal een betaalbare woning, maar we moeten ook flink ruimte maken voor nieuwe energie-opwekkers. Daarnaast willen ons land graag leefbaar en droog houden voor toekomstige generaties, dat flora en fauna behouden blijven en dat onze huizen en bodem niet te veel verzakken. En we zouden, tenslotte, ook graag nog een beetje gezond en gelukkig blijven temidden van al dat verandergeweld. 

Al die opgaven moeten min of meer op dezelfde beperkte oppervlakte landen, net als inhet Ikea-kamertje. En daarnaast grijpen ze ook nog eens flink op elkaar in: het bouwen van extra woningen draagt in beginsel nu eenmaal niet direct bij aan minder energieverbruik, zou je zeggen. Daarvoor zijn slimme combinaties nodig. En die worden gemaakt en gebruikt door mensen, met visies, meningen en belangen. En dat maakt het vaak ingewikkeld. 

Dubbelgebruik is daarom misschien wel meer een organisatorische dan een technische kwestie. De techniek is er meestal wel: het is de samenwerking en sturing daarop die vaak achterblijven. Met als grootste gedupeerde de beoogde gebruiker van al dat moois: de inwoner. Niet alleen omdat de processen niet altijd even efficiënt verlopen, maar vooral omdat zijn inbreng meer dan eens van tafel valt. Vaak hebben de professionele partijen een flinke kennisvoorsprong of is de oplossing al min of meer van bovenaf bedacht. Ook in je eigen woonplaats gaat het vaak zo: inwoners, ondernemers, organisaties en gemeenten participeren, cocreëren en opzoomeren er al jaren op los, maar de deelnemers herkennen hun inbreng lang niet altijd terug in het eindresultaat. Laat staan dat ze zich er mede-eigenaar van voelen. 

Dus hoe brengen we alle belangen en denkbeelden dan wèl samen in slimme, multifunctionele oplossingen voor stad, dorp of wijk? Hoe betrek je de uiteindelijke gebruiker van al die functies op een volwaardige manier? Het antwoord is natuurlijk: met een spork. Dus stukje bij beetje, met oog voor alle functies en de samenhang ertussen. 

Soep eten met een spork, de handleiding: 

  • Kies een passende schaal. Hebben we het over een buurt, wijk, stad of zelfs regio? En hoe breed betrek je mensen dan? Kleinschalig vergroot de betrokkenheid, maar ook het eigenbelang;
  • Begin met het grotere plaatje: wat moeten we minimaal kwijt en hoe hangen de verschillende functies samen? Zonder een gezamenlijk eindbeeld wordt het ingewikkeld samenwerken;
  • Zorg voor inspiratie en kennis en deel die met alle betrokkenen. Zorg ervoor dat iedereen ‘op niveau’ aan kan haken en deelnemen. Laat experts en gebruikers met elkaar in gesprek gaan. Onderschat je betrokkenen niet;
  • Maak alle deelnemers eigenaar van alle belangen. Ook die van degenen die niet om tafel zitten;
  • Zorg dat de randvoorwaarden van de opgave duidelijk zijn. Als we van te voren al weten dat een flinke massa aan zonnepanelen nodig is i.p.v. her en der een versnipperd paneeltje, dan kan dat maar beter duidelijk zijn;
  • Zorg ervoor dat de afzonderlijke functies herkenbaar blijven voor iedereen. Stuur als groep op genoeg scherpte en ambitie op elke functie. Om Ikea nog even aan te halen: als je ècht lekker wil zitten en slapen is een goedkope bedbank misschien niet de oplossing;
  • Zoom steeds weer uit naar het grote geheel: bijten de ambities elkaar niet in de praktijk? Als iemand dat achteraf moet gaan bedenken ben je te laat;
  • Zoek samen naar de plus: kan je ook gelijk je auto opladen op dat overdekte parkeerterrein? Check;
  • Bedenk van tevoren welke stappen je gaat zetten en hoe je gaat besluiten welke oplossing het wordt. Dit laatste doe je niet achteraf. Wordt er gestemd tussen scenario’s? Hakt iemand een knoop door?
  • Tot slot: een volledig open (participatie)gesprek lijkt misschien heel aantrekkelijk omdat iedereen z’n zegje kan doen, maar zorgt achteraf vaak voor hoofdbrekens. Zonder kaders haken mensen allemaal ergens anders op aan en halen ze hun vertrouwde stokpaardjes van stal. Vervolgens moeten er ‘van hogerhand’ keuzes worden gemaakt en zijn deelnemers teleurgesteld.